een TECHNISCH gebeuren.
Elk schot is een wedstrijd op zich.
HIER en NU met betrekking tot OORZAAK en GEVOLG.
Een complex geheel van technische en mentale
processen met als doel een JUIST schot.
Goed SCHIETEN is beheersen TECHNIEK.
Schiettechniek leert men thuis, op de schietbaan
ziet men het resultaat.
Leren schieten is als het programmeren van een
computer.
Gaan schieten is het opstarten van het
geprogrammeerde programma.
GELUK bij SCHIETEN? Het is KUNNEN en KENNIS.
Nodig om een goed schutter te worden: conditie -
techniek - mentaliteit.
Hoe leren schieten? Middels de methodisch,
technische training pistool !
Men krijgt LOON naar WERKEN.
Nodig voor een
goed schutter:
4
Hoofdelementen.
1. Een goede algemene conditie;
2. Een uitstekende specifieke conditie;
3. De technische vaardigheid;
4. Mentale vorming; inclusief zelfdiscipline.
Algemeen:
Door goed te eten, goed te
bewegen en goed te slapen is men tot enige
sportieve prestatie in staat.
Onder 1e:
In dit verband is velerlei beweging en
sportuitoefening mogelijk.
Er moet echter worden geleerd de aandacht op de
ademhaling te concentreren.
Onder 2e:
Speciaal ten behoeve van het op en stilhouden
van het wapen.
Onder 3e:
In combinatie met 1e. en 2e. leidt dit tot (een)
basistechniek(en).
Onder 4e:
Speciaal met betrekking tot het leren
concentreren, en concentratie bij trainingen
komen tot coördinatie van technische
handelingen, die foutloos worden uitgevoerd,
althans wat getracht wordt.
Veiligheid
(gaat vóór alles).
Dient
gebaseerd te zijn op:
Persoonlijke overtuiging. Vertrouw nooit op een
ander.
Kijk en zie in de kamer, wel/geen patroon
aanwezig.
Ongevallen met vuurwapens
gebeuren al zo lang deze er zijn. Nooit is het
de schuld van het voorwerp vuurwapen maar altijd
een vorm van menselijk falen.
(Onvoorzichtigheid, onoplettendheid,
onachtzaamheid, ondeskundigheid, of wel pure
domheid en stommiteit) dat tot ernstige
ongevallen (doden en/of gewonden) leidt. Zulke
ongevallen overkomen niet alleen leken op het
gebied van vuurwapens, maar komen regelmatig
voor bij het leger, de politie, jagers,
sportschutters en wapenherstellers. In de omgang
met vuurwapens hebben we te maken met 3
elementen, nl.:
gedragsregel (de mens)
Veiligheids - maatregelen (het wapen)
voorschriften (vereniging of baan)
Algemene veiligheidsregels.
1. Gedragsregels - 12 geboden.
2. Veiligheidsmaatregelen - 4 stappen.
3. Veiligheidsvoorschriften - vereniging of
baan.
1e Gedragsregels:
1. Behandel een wapen alsof het geladen is.
2. De loop van het wapen altijd in veilige
richting.
3. Trekkervinger langs beugelkrop bij alle
handelingen uitgezonderd de schiethandeling.
4. Controle bij het ter hand nemen en opbergen
of het wapen is ontladen.
5. Controle bij overgave en ontvangst of het
wapen is ontladen.
6. Wijzen en richten op iemand is
ontoelaatbaar.
7. Rustpal op veilig bij het laden.
8. Ontspan de slagpin bij het ontladen.
9. Wapens open neerleggen, bij
semi-automatische wapens dient tevens de
patroonhouder verwijdert te zijn, bij revolvers
de
trommel/cilinder uitgeklapt.
10. Ken de veiligheid voorschriften van de
vereniging en van de baan.
11. Drink geen alcohol voor, tijdens en na het
schieten.
12. Wapen en munitie apart opbergen.
2e Veiligheidsmaatregelen:
1e stap: persoonlijk overtuigen van:
loop in veilige richting, trekkervinger langs de
beugel, veiligheidspal op veilig.
2e stap: rustpal op vuren, slede achteruit, in
kamer kijken, en eventueel patroon eruit nemen.
3e stap: patroonhouder uitnemen, bij revolvers
wordt de trommel/cilinder uitgeklapt,
controleren, eventuele patronen verwijderen.
4e stap: slede sluiten, ontspant de
slag(pin)veer, bij de revolver sluit men de
trommel/cilinder wapen opbergen in koffer of
foedraal.
3e Veiligheidsvoorschriften der vereniging en
de baan.
Deze regels en maatregels zijn een absolute
noodzaak en gelden als een vanzelfsprekendheid
voor iedereen, die met vuurwapens omgaat. Men
moet deze (doen) beoefenen totdat het een
automatisme, een reflex handeling is geworden.
Ieder die deze regels en maatregels niet
beheerst is een gevaar voor een ander en
zichzelf. Men bewijst daarmee dat de benodigde
rijpheid met vuurwapens om te gaan (nog)
ontbreekt.
Veiligheid met alle vuurwapens, vergissen is
onmenselijk !
Basis schiethouding.
Het is van het grootste belang dat gedurende de
opleiding wordt gelet op de juiste
schiethouding. Fouten daarin moeten door de
instructeur worden ontdekt en direct
gecorrigeerd van de aanvang af. Dit om later
moeilijk en vaak onmogelijk een fout aangeleerde
houding te verbeteren is.
De basis schiethouding omvat:
- Stand van de voeten (schouderbreed, 45°)
- Houding van het lichaam (natuurlijk,
ontspannen)
- Benen (m.n. knieën)
- Heup
- Buik
- Stand schouders en hoofd (driehoek:
scharnierpunt - oog - wapen)
- Plaats andere arm/hand (hefboomwerking)
- Schietarm, pols, elleboog (blokkeren van de
gewrichten)
- Zwaartepunt - evenwicht.
Het geheel moet leiden tot stabiliteit en balans
in de totale (lichaam) houding.
Bedenk.
Lichaamsbouw, conditie en hoedanigheid van
spieren en gewrichten zijn van ieder mens
verschillend. Het wringen in een keurslijf kan
leiden tot teleurstelling. Handhaaf het principe
van die schiethouding vinden waarin stabiliteit
en evenwicht zo dicht mogelijk het volmaakte
benaderen. Dit met gebruikmaking van de minst
mogelijke spierkracht terwijl het hoogst
mogelijke rendement wordt verkregen.
Het blokkeren van de schietarm.

Trefpunt afwijkingen bij diverse
armbewegingen.
a) Bij evenwijdig verplaatsen van de arm en het
wapen, verlengt zich het trefpunt over dezelfde
afstand;
b) Bij hoekvormige bewegingen van de arm of het
wapen, is de trefpuntafwijking belangrijk
groter.
Het wapen dirigeren vanuit de schouderpartij.
De gewrichten van elleboog en pols op slot
zetten.
Het wapen vasthouden als een stok.
Vasthouden pistool.
De wijze van vasthouden is bepalend voor het
schotresultaat (90°).
Een juiste wijze garandeert:
- Perfecte controle van het wapen;
- Moeiteloos richten;
- Trekker overhalen zonder verstoring van het
gericht zijn.
Het vasthouden omvat:
- Plaats in de hand (zelf aangeven).
- Stand van de duim (doet niet mee).
- Plaats van de middelvinger (balans).
- Plaats ringvinger en pink (ondersteuning).
- Trekkervinger (druk rechtstandig naar
achteren).
Nader bekeken: trekkertechniek is een
aparte aangelegenheid.
De druk van de omsluiting van het wapen door de
hand in verband met het geleiden van de
explosie.
De muis van de hand ten opzichte van het
functioneren van het wapen (opvang +
terugslag).
Een niet constante greep op het wapen heeft een
nadelige invloed op het
schotresultaat, wat zich laat aflezen in het
schotbeeld.
Driehoek:
- Oog.
- Scharnierpunt schouder.
- Schiethand. |
 |
|
Effect kantelen
wapen. |
Hoek fouten.
Mate
van afwijking afhankelijk van:
- Grootte van de hoek t.o.v. het doel;
- Afstand schutter - doel.
N.B.:
bij bepaalde hoek,
afstand 30 cm met afwijking 2,5 cm,
wordt op afstand van 35 meter een
afwijking 2,5 meter. |
 |
Blokkeren: pols en elleboog
gewricht schietarm.
Kantelen van het Wapen.
(draaien om de richtlijn)

Bij 90° naar links:
Richtlijn blijft onveranderd
= b
Verlengde schietas - cf. - wordt = cg
Kogelbaan (dalende tak) - fb - = gh
Trefpunt derhalve linksonder = h.
N.B.: hogere aanvangssnelheid projectiel:
- Verlengt culminatiepunt naar voren;
- Vermindert negatieve invloed kantelen.
5° kanteling is nauwelijks waarneembaar,
vanwege natuurlijke spreiding wapen.
Handhaaf: horizontale stand
richtmiddelen.
De basis techniek (precisie).
Deze vormt op zich de basis voor alle andere
schiethoudingen.
De basis schiettechniek omvat de onderdelen:
- De positie ten opzichten van de schijf (=
doel) (natuurlijke wijze - functie spieren)
- Het ophouden van het wapen (= aanslag)
(spiertechnische aangelegenheid)
- Het stilhouden van het wapen (wilskracht,
mentaliteit, bevingskring)
- Het richten (= richtbeeld waarnemen) (centraal
zien - perifeer zien - ideaalbeeld - oogfunctie)
- De trekkertechniek (= afvuren) (voorste kootje
- opvoerende druk - combinatie - oog - arm -
ademhaling - tijd)
- Blijven richten (explosie - kogel naar doel -
richtlijn -psychologisch effect)
- De analyse van het gedane schot (waar is het
schot terechtgekomen)
- De preparatie op het volgende schot
- De ademhaling (als techniek een rode draad
door het geheel - angst en adrenaline)
De basisschiettechniek omvat alle factoren, die
beslist nodig zijn voor het afgeven van een
juist schot.
Alle onderdelen moeten eerst afzonderlijk worden
beoefend.
Door een intensive training, zowel fysiek als
mentaal, kunnen deze onderdelen uiteindelijk met
de verkregen spiergewenning tot een geheel
samenvloeien.
Schema van de minimum bewegingscurve.
Beweging bij
Afname van de beweging door
Toename van de beweging
richten stabilisatie
ten gevolge van spiervermoeidheid.

Tijd in seconden
Gunstige tijd om te vuren
Verhoogde spreiding door te lang richten
Uit deze curve kan men lezen, dat de
gunstigste periode tussen 5 en 7 sec ligt.
De Ademhaling.
A: normale cyclus
Ademhalingscyclus Inademing
Uitademing
Ademhalingspauze

B: tijdens het schieten

Keep - Korrel opstelling onder het visueel.

Trefpunt afwijking van Keep - Korrel
opstelling.
De geringste niet juiste opstelling van de
korrel in de keep leidt tot aanzienlijke
trefpuntafwijkingen. Een millimeter uit het
midden (bij de schutter) resulteert in
centimeters naast het veronderstelde trefpunt
(op de schijf).
Het ideaal beeld.

a) Geeft weer de situatie van de b. Geeft
weer het beeld van het
observatie, waarbij de
richten van de aandacht op de
richtmiddelen vaag en de
plaats van de korrel in de keep,
schijf scherp wordt gezien.
waarbij de richtmiddelen scherp
en de schijf vaag wordt gezien.
Psychologische aspecten.
Daar is veel over geschreven en gezegd.
Op de schietbaan dienen enkele factoren direct
te worden onderkend.
Bepaalde weerstanden hebben een negatieve
invloed op:
- De behandelingsvaardigheid en
- De schietresultaten.
De schutter heeft in de kritieke fase:
- Lichamelijke weerstanden te overwinnen
- Afwijkende reacties te voorkomen en
- Niet voorziene/niet gewenste afwijkingen van
de kogelbaan te vermijden.
Het betreft met name:
- Het geluid, als gevolg van de explosie.
De knal wordt verwacht. Is een onaangename
ervaring.
Dit leidt de concentratie af.
- De terugslag, door werking van de gasdruk op
het wapen.
Wordt ook verwacht en evenzo onaangenaam.
Vooral bij schieten met zwaardere kalibers.
Dit leidt tot verlies van de concentratie.
- (faal)Angst, voortvloeiende uit:
Gebrek aan zelfvertrouwen
Niet kunnen overwinnen "geluid" en "
terugstoot".
Resultaat:
- Blijft beneden de verwachting en
- Ontmoedigt de schutter.
Reacties:
Foutieve
- Ogen sluiten bij afgaan van het schot
- Onbeheerste trekkerdruk
- Schrikken van het schot van anderen.
Is alleen te overwinnen door beroep te doen
op eigen geestelijke vermogens:
- Kennen
- Voelen
- Willen.
K = Kennis van:
- Het te hanteren wapen
- De negatieve invloeden
- De onderdelen van de schiethandeling.
Indicatie - schema
(voor het lossen van een schot)
10 -----------------3----------------2
-------------------1 -------------------- 0
vinger op de trekker lossen
slagpin explosie kogel door loop kogel naar
doel
inwendige uitwendige
Ballistiek.
Kritieke fase = 3 t/m 0 = dode tijd =
o,oo2 sec.
Reflexen / reacties schutter veranderen richting
wapen.
V = Voelen = vermogen van de mens om te
reageren met
- Lust - fijn, prettig, aangenaam
- Onlust - naar, onprettig, onaangenaam.
Niet overwinnen = in (zelfde) fouten vervallen
W = Willen = wilsvorming, wordt door
prikkels (waarnemingen en
gewaarwording) negatief beďnvloed.
Is voortdurende strijd tussen
- Geest = rede - hoofd
- Gevoel - hart.
Een positieve instelling is gebaseerd op
zelfdiscipline.
Daarmee is het mogelijk "alles" te aanvaarden en
te verwerken ter bevordering
van:
- Beheersing van het "wapen"en
- Behalen van een "goed" schietresultaat.
Kern van het geheel:
(doen) Bepalen tot techniek!
Methodische, technische training pistool.
Schiettraining volgens de gescheiden
leermethode.
De volgende van de elementen wijken af van de
normale volgorde van schiethandelingen.
Doel:
- Opvoeren technische vaardigheid
- Vergroten specifieke conditie
- In de kortste tijd
- Met de minste inspanning
De training bestaat uit 8 elementen, die in een
bepaalde volgorde zijn gesteld.
De gevolgde methodiek:
stoelt op een logische en natuurlijke volgorde,
ter verkrijging van de nodige automatisering en
coördinatie van de te verrichten handelingen.
De elementen worden aangeduid met S.t. 1 t/m
8:
S.t. 1: het maken en volhouden van een
juiste aanslag.
(correcte uitvoering en
stabilisatie verticale en horizontale lijnen)
S.t. 2: als S.t.1 met accent op conditie
schietarm
(verbetering specifieke
conditie)
S.t. 3: als S.t.1 doch nu het wapen
afvuren, het behelst de trekkertechniek.
(wit vlak of volkomen in
donker)
hierdoor ontstaat de nodige
coördinatie van bewegingen, die leiden tot een
vloeiende handeling bij het
afvuren.
S.t. 4: het wapen in de aanslag houden
en juist richten
(bevingskring verkleinen)
S.t. 5: wapen richten als bij S.t.4, mét
afvuren.
(vaardigheid van het stilhouden
tijdens het afvuren)
bij niet stilhouden bij afvuren
opnieuw starten met S.t.3.
S.t. 6: afvuren op een blanke = witte
schijf
(afvuren als wapen stil ligt en
het juiste richtbeeld aanwezig is)
10 schoten: moeten dicht bij
elkaar liggen.
S.t. 7: het schieten van een
trefferbeeld en het maken van een
schotbeeldanalyse.
(onderkenning fouten -
terugpakken naar één of meer basiselementen)
Schijven spreken!
S.t. 8: het schieten onder belasting.
(tijdfactor - stress e.d.
volgens diverse methoden).
Bij het beheersen van deze techniek, ook onder
belasting, is de basis gelegd waaruit geopereerd
kan worden voor andere schiethoudingen.
Praktische (schiet)oefeningen.
(droogtraining thuis)
Ademhalingsprocedure:
- Inademen en het wapen rechtstandig omhoog
brengen
- Check blokkering van pols - en elleboog
gewrichten
- Schietarm bewegen vanuit de schouder.
Ritme:
Zelfde oefening als ademhalingsprocedure, doch
- Tussen elke procedure 3 keer ademhalen
- Bij ophouden 8 sec. adem inhouden
- Na 5 of 10 keer even pauzeren
(richtvlak b.v. een munt, of een plakker op
een hoogte van 1,5 - 1,6 meter
plakken)
Horizontale en verticale lijnen:
Hetzelfde als onder ritme, doch
- Check bij het omhoog komen en stilhouden de
horizontale en verticale lijnen van het wapen
met die van de kamer/accommodatie
- Check bovenzijde korrel gelijk met bovenzijde
keep
- Pas zonodig de munt - of plakkerproef toe.
Ideaalbeeld:
Pas de ademhalingsprocedure toe en
- Check de opstelling van de richtmiddelen
- Let op de korrel midden in de keep
- Houd enkele seconden het wapen stil onder het
visueel
- Wapen langzaam laten zakken en herhaal het
voorgaande
Vervolgens:
- Stel het voor jou geldende randje wit vast en
- Kijk uitsluitend naar de richtmiddelen terwijl
het wapen op deze wijze onder het visueel wordt
gehouden.
- Laat het wapen langzaam zakken
Trekkertechniek:
Doe als onder het ideaalbeeld is aangegeven en
- Pas de progressieve trekkerdruk procedure toe
- Maak gebruik van een buffer patroon of huls
- Herhaal dit 5 of 10 keer
- Check telkens: juiste plaats trekkervinger op
trekker
Op de schietbaan.
Voer dezelfde oefeningen uit, maar nu met
munitie.
Ná - richten:
Verricht alle technische handelingen tot en met
afvuren en houd het wapen enkele seconden op het
richtpunt of laat het wapen daarop terugkeren,
alvorens het af te zetten (schotanalyse)
Blanke schijf:
Voer de volledige basis schiettechniek uit op
een blanke schijf (visueel).
Herhaal dit tot een schotbeeld van 15 schoten is
gevormd.
Bewaar de schijven met vermelding van datum over
een bepaalde periode en vergelijk de
schotbeelden (probeer de gemaakte fouten te
analyseren).
Mentale training.
Van de technische handelingen, zoals
- De basis schiethouding
- Het vasthouden van het wapen
- De basis schiettechniek,
komen we automatisch in het Mentale vlak
terecht.
Het concentreren op allerlei technische
vaardigheden en met name de coördinatie van de
onderscheidene handelingen, vergt wat moeite en
inspanning.
Dit is niet elke keer even plezierig.
Naar mate het zelfvertrouwen van de schutter
toeneemt, met name door de beheersing van de
techniek (van het schieten), zal het
sportschieten steeds meer een ontspannende
inspanning zijn.
Het zelfvertrouwen ontstaat door (veelvuldig)
trainen, wat tot zover een inspannende
ontspanning zal moeten zijn.
Bedenk daarbij, dat iedere schutter talent
heeft, maar ook beperkingen kent.
Dit vereist telkens een (be)strijden met:
- Fysiek (lichamelijke conditie)
- Technische (onderdelen en gehele
basistechniek)
- Mentale (geestelijke belasting = concentratie
en coördinatie)
Training. Hetgeen betekent. Zelf moeite moeten
doen.
Let wel: met een (on)voldoende motivatie,
(g)één effectieve training.
Evaluatie en Advies.
Ná de verwerking van wat kreten, enkele
aanwijzingen, enige uitleg van het hoe en
waarom, almede een aantal oefeningen, blijkt
enige techniek van het sportschieten te zijn
overgebleven. De status van beginnende sport
schutter is daarmee bereikt.
Mogelijk is daardoor zoveel interesse en plezier
in het sportschieten ontstaan, dat naar de titel
gevorderde sportschutter wordt verlangd. Dat
kost wat méér energie.
Belangrijk is nú, eerst de keuze tot enig
sport(vuur)wapen te bepalen.
De keuze tot een wapen is persoon gebonden.
Zéker waar het gaat om revolver of pistool.
Zéker ook waar het gaat kolf en richtmiddelen.
Overdenk daarbij de verschillende
schietdisciplines, zoals:
- De statische
(lucht - en vrij pistool, meester
scherpschutter en klein kaliber pistool)
- De dynamische
(sportpistool = duel, standaard pistool,
olympisch snelvuur en militair pistool)
Alle of nagenoeg alle disciplines verschieten
leidt tot de allround sportschutter.
Een aantal onderdelen ondersteunt elkaar. Op
deze wijze is enige variatie mogelijk.
Dit kost echter veel training (= tijd) en veel
munitie (= geld), maar het is de moeite waard te
werken aan de vaardigheid van:
De kogel
plaatsen waar men wil !

|