|
|
|||||||||
Veghel, zondag 28 mei 2000. Ik ben ongeveer een half jaar lid van onze schietsportvereniging. Van mezelf durf ik te beweren dat ik vrij fanatiek en serieus bezig ben met deze sport. Ik krijg een prima begeleiding binnen onze vereniging en voel me geaccepteerd door de leden. Kortom ik voel me prettig en heb een prachtige hobby gevonden waarbij ik de alledaagse problemen even kan vergeten en me op andere dingen volledig kan concentreren. Op aanraden
van verschillende leden, had ik mij ingeschreven voor de eerste serieuze test
buiten mijn o zo vertrouwde verenigingsschietbaan. Mijn resultaten tot
dusver waren voor een beginner, volgens mijn begeleider, prima te noemen. Tijdens
een wedstrijd komt er als extra handicap vaak de spanning, nerveusiteit bij
kijken. Hiermee moet je mee leren omgaan, zo waren de woorden van mijn begeleider.
Ik wilde dit dus wel eens ervaren Mijn verrichtingen op de clubavonden volg ik steeds aan de hand van statistieken en de schotbeelden van de geschoten punten. Nog steeds vertonen deze een duidelijk opgaande lijn, dus waarom zou ik slechter schieten tijdens een "echte" wedstrijd dacht ik. Ik heb het ervaren, en hoe ... Omdat ik nog geen jaar lid ben van onze vereniging ben ik nog niet in het bezit van een schietvergunning en heb ik dus nog geen eigen wapen. Nu wilde het toeval dat ik met het wapen waarmee ik tijdens de wedstrijd zou schieten, slechts vooraf 1 keer had geoefend. De resultaten hiermee waren echter ook niet verontrustend, dus dacht ik waarom zou ik met een Hämmerli 208 slechter schieten als met een Walter GSP (waarmee ik tot dusverre steeds oefende) ? 's Morgens wachtte ik reeds gespannen op het tijdstip waarop ik thuis afgehaald zou worden. Nerveus keek ik regelmatig op de klok hoe laat het was. Ook controleerde ik nogmaals mijn uitrusting, zodat ik maar niets zou vergeten. Mijn schietbril nog effen poetsen, zodat ik nog beter zicht zou hebben, had ik wel de juiste schoenen aangetrokken, ga zo maar door. Voordat er getoeterd werd had ik mijn jas al aangetrokken en stond ik in de startblokken gereed. We zouden nog enkele ander leden ophalen, waarna wij met z'n allen gezamenlijk richting Veghel vertrokken per auto, naar het Districtkampioenschap aldaar. Wat een storm en regen, de takken braken van de bomen, die zondag ochtend. We hadden voldoende tijd om over alles en nog wat te praten, ik was niet meer zo gespannen en de laatste aanwijzingen en tips werden mij nog even verteld. Na zo'n 2 uur reistijd arriveerden wij in het clublokaal van de organiserende vereniging. Een prachtig lokaal en ik ging gelijk de schietbanen bekijken. Alles prima verzorgd, 8 schietbanen op een rij, het spektakel mocht van mij zo snel mogelijk beginnen. Ik had er wel zin in. Er werden nog enkele kopjes koffie naar binnen gewerkt, dat help als je zenuwachtig bent volgens de meegereisde ervaren rotten onder ons. Ik kreeg langzamerhand last van kleffe handjes en ging maar voor de zekerheid nogmaals de toiletten opzoeken, omdat ik hiervoor een uur lang geen tijd zou hebben (dit is nl. de tijdsduur van 1 schietwedstrijd). De inschrijving verloopt vlotjes, de pistolen werden gecontroleerd. Het is eindelijk zover dat wij de schietbaan op mogen. Mijn hart begon al iets harder te kloppen. Alles gereedleggen, de schietbril en de gehoorbeschermers opzetten en het pistool maar eens goed vasthouden. De juiste houding zoeken en het signaal dat wij de eerste 10 proefschoten mochten afvuren werd gegeven door de baancommandant. Na 5 schoten keek ik in de baankijker en alle 5 schoten zaten kort bij elkaar, de houding iets veranderen en nogmaals 5 proefschoten. Prima, 10-10-10-9-8. Als alle schoten zo zouden vallen was ik dik tevreden. Beter kon niet. Van mezelf weet ik echter dat ik nog niet in staat ben om alle 40 schoten zo precies en regelmatig te schieten. Maar dit komt nog wel. Serieus oefenen, concentreren, aanwijzingen opvolgen en dit moet in de toekomst ook voor mij haalbaar zijn. De baancommandant geeft het commando dat de eerste schoten afgevuurd kunnen worden. Het serieuze werk begint. Er ging van alles door mijn hoofd, als ik maar zo goed schoot als tijdens de proefschoten is wat ik mij nog goed kan herinneren. Tijd zat (6 minuten voor 5 schoten), de eerste schoten op de andere banen zijn hoorbaar. Twijfel reist er bij mij op, ik kon het wapen maar niet stil houden, mijn hart bonst, de handen worden nat, ik stond trillend met mijn wapen in de hand. Het eerste schot was gelost, als die maar goed zat, ik had zo mijn twijfel. Ik maakte de serie van 5 schoten af en keek in de baankijker. Oei, 2 in het wit (een 5 en een 6), de rest zat goed. Wat deed ik fout bij die 2 afzwaaiers ? Nog maar eens goed doorademen voordat ik aan de 2e serie begon, concentreren werd moeilijker en de resultaten waren in het verdere verloop slecht. Ik was met mezelf helemaal niet tevreden. Zo slecht had ik nog nooit geschoten, te vaak per serie 1 schot, of zelfs 2 in het wit. Hoe langer de wedstrijd duurde, zakte de nerveusiteit langzaam iets weg. Ik had het gevoel dat dit niets meer kon worden, was het maar afgelopen en kon ik het nogmaals opnieuw proberen. Wat kan ik hieraan verbeteren ? Dit moet mij niet nogmaals gebeuren, waren mijn gedachten. Met zo'n 50 punten minder als tijdens de gemiddelde oefenavonden kon ik afdruipen. Ik was te neer geslagen maar wel een ervaring rijker volgens de oude rotten van mijn vereniging. In een volgend verslag hoop ik iets positievers te kunnen melden. Ik heb de hoop zeker niet opgegeven ! Een compliment
nogmaals aan de leden van de organiserende vereniging. Jullie hadden alles
prima voor elkaar. Nagekomen
bericht d.d. 20 juni 2000. |
||||||||||
|
||||||||||