|
|
|
Bron: Krantenartikel uit het Limburgs
Dagblad van zaterdag 13 juli 2002, door Paul Gubbels. |
Hoe makkelijk/moeilijk is het om op een ander te schieten?
Angstzweet plakt aan mijn pistool
Alsof het geen moeite kost, zo makkelijk
lijken ook Limburgers een ander neer te schieten. Sla de krant van de
afgelopen weken er maar op na. In Maastricht is een man voor zijn huis
neergeschoten. Daags daarop krijgt een Maastrichtse een kogel door haar hoofd
en een man in Heerlen er een in zijn buik. Om over de moord in koelen
bloede op Pim Fortuyn maar te zwijgen. Is het overhalen van de trekker
niet meer dan een kil kunstje? Een verslaggever van deze krant trok het
pistool.
Gelukkig staat de deur van de
politieauto open. Met het pistool in de aanslag kruip ik er veilig achter.
Uit de rode auto voor me stapt de bestuurder, precies zoals
gesommeerd. Verdomme, die vent schiet zonder aarzelen op me. In een reflex
schiet ik terug. Raak, want de schurk valt. Zijn kompaan rent weg met een
wapen in zijn handen. Ik zweet van angst. Rent die gewapende man ook nog
richting twee wandelaars. Ik richt wel, maar durf niet te schieten. Voor je
het weet, raak je de verkeerde. Even later en even onverwacht staat er
weer iemand tegenover me. Hij bedreigt me met een grote stalen pijp. Of ik
het lef heb dichterbij te komen, roept ie uitdagend. Angstvallig houd ik
mijn wapen buiten zijn zicht. Dan haalt hij uit. Ik zwiep mijn pistool
omhoog. Schieten! Nu! Te laat. Uitgeteld lig ik op de grond. Dan maakt Jo
Lony (51) het licht weer aan in het klaslokaal. De schietinstructeur bij de
regiopolitie Limburg Zuid in Heerlen toont alle begrip voor mijn (te) late
reflex. En zegt iets over eerlijke mensen die anderen geen letsel kunnen
toebrengen of zoiets. Want zelf sta ik nog te trillen op mijn benen. Het
pistool plakt van mijn angstzweet. Als deze confrontatie geen spel, maar echt
zou zijn geweest, dan was ik nu morsdood. Het spelletje tussen schietgrage
gangsters en op boeven jagende agenten heet FATS, wat staat voor Firearms
Training System. Het is een elektronisch systeem waarbij weliswaar met een
echt wapen maar niet met echte munitie wordt geschoten op interactieve
filmbeelden. Voor het projectiescherm staat een Opel Vectra die tijdens het
verdraaid echte instructiefilmpje dienst doet als surveillancewagen. Agenten van het regiokorps Limburg Zuid moeten vier keer per jaar
deze thriller ondergaan. Voor instructeur Lony is het dagelijks werk. Vandaar
ook dat hij makkelijk praten heeft als hij uitlegt dat "het wapen als het
ware deel moet uitmaken van je lichaam, en dat vraagt veel training. Want
het overhalen van de trekker is maar dertig procent. Ook weet hij
te melden dat de "de rest van je beleving tijdens het schieten tussen de
oren zit. Wat zich in je hoofd afspeelt, is de schrikreactie op hoe je omgaat
met die harde knallen en vooral de wetenschap hoe en wanneer je moet
schieten. Want dat is bij de politie een complete filosofie. Bij ons is het
pistool toch het uiterste middel. Je gebruikt het pas als niets anders meer
mogelijk is. Als blijkt dat een agent het dienstpistool onterecht heeft
gebruikt, dan komt hij gewoon voor de rechter. Net als een burger die een wapen
trekt." Weg uit het klaslokaal. Op naar de schietbaan. Daar staan
manshoge silhouetten plus ronde en vierkante schietschijven op mij te
wachten. Lony geeft eerst uitleg over het dienstpistool, de Walther P5, en
de bijbehorende munitie. Dan laat hij zien hoe je ermee moet vuren.
Schijnbaar moeiteloos raakt hij op afstanden variërend van twee tot vijf
meter de vitale plekken van de papieren verdachte. Hard en dof klinken de
schoten. Lony herlaadt soepel het pistool en begint hij aan een nieuwe
oefening. Hij schiet niet alleen snel, maar ook en vooral raak. Als hij klaar
is, staat er ook bij hem zweet op het voorhoofd. Niet van angst, zeker
weten. Dan is het mijn beurt. Toegegeven, zo'n geladen pistool voelt toch
machtig aan. Hef het wapen, richt met ingehouden adem en haal pas dan
voorzichtig de trekker over. In het hoofd van de papieren mens zit een
kogelrond gat. Dat is toch wel schrikken. Het tweede schot gaat mis.
Blijkbaar fixeer ik me te zeer op de trekker en de klap. De kogel vliegt dan
ook over het papieren hoofd. Een paar keer zelfs. Van zo dichtbij schieten
valt tegen, ook al probeer ik me te ontspannen. Ook de vraag hoe Volkert
van der G., moordenaar van Pim Fortuyn, van zo dichtbij heeft kunnen doden,
schiet die middag even door mijn hoofd. Waar heeft die dierenactivist leren
schieten? Jo Lony ziet het nuchter: "Geen kunst aan om iemand van zó
dichtbij neer te schieten. Daar hoef je niet lang voor te trainen. Kwestie
van een knop om kunnen draaien." Ook Jac Paffen (54) uit Kerkrade,
secretaris van schietvereniging A-Team in zijn woonplaats en al dertien jaar
sportschutter, vindt schieten op zich eigenlijk niks bijzonders. Schieten
valt goed te leren. Eigenlijk kan iedereen het, zo is zijn overtuiging.
Paffen weet waar hij het over heeft. Twee jaar geleden eindigde hij op de
Nederlandse kampioenschappen als dertiende van circa 120 sportschutters in
zijn categorie: het militair pistool. "Voor het schieten met pistool en
revolver moet je een rustige hand hebben en goed zicht. Natuurlijk kan ook
aanleg een rol spelen. De een kan na een jaar nog altijd niets, terwijl de
ander zelfs met een kromme loop nog in de roos schiet." Die avond op
de schietbaan van A-Team gaat het er gemoedelijk, maar
bovenal gedisciplineerd aan toe. Een glazen wand biedt uitzicht op de 25
meter lange baan. Rust en concentratie lijken de sleutelwoorden, ondanks de
harde schoten die er klinken. "Schieten is puur techniek. Je houding, je
zicht, je ademhaling. Als je uitricht, voel je of er harmonie is tussen die
factoren. Als dat zo is, dan zit je meestal goed. Knallen kan iedereen. Maar
serieus schieten is toch iets heel anders." Wie denkt bij een
schietvereniging gauw even te leren schieten, vergist zich. Want wie bij
A-Team aan de slag wil, moet eerst een jaar oefenen onder begeleiding van een
ervaren schutter. Pas na dat jaar mag men via de politie een bijzondere
machtiging aanvragen, waarmee de sportschutter een eigen wapen kan
aanschaffen. Pas bij die aanvraag licht Justitie het doopceel van de
kersverse schutter. Wie een twijfelachtig verleden heeft, krijgt uiteraard
geen machtiging en moet ook uit de schietvereniging. Of je met zo'n
selectiesysteem ook schietgrage vreemde snuiters buiten de deur weet te
houden, is nog maar de vraag. A-Team lid Lou Esser: "Ons toelatingsbeleid is
heel strikt. Maar wat er in iemands hoofd opduikt, weten wij ook niet.
Trouwens, als iemand na het introductiejaar niet in de vereniging kan
blijven, weet hij wél hoe een wapen werkt en hoe je munitie moet herladen.
Maar ja, dat kan natuurlijk ook iedereen op internet vinden. Soms krijgen we
wel eens vreemde vragen in het gastenboek van onze website. Bijvoorbeeld over
wat wel en niet mogelijk is met bepaalde wapens. Die vragen worden niet
beantwoord, maar meteen verwijderd." Zowel Paffen als Esser vinden het
jammer dat beginnende sportschutters niet meteen na hun aanmelding bij een
schietvereniging door Justitie worden gescreend. Wie verkeerde bedoelingen of
een crimineel verleden heeft, komt dan helemaal niet op de schietbaan.
Helaas, de wet op de privacy verbiedt screening aan de voordeur. Logische
vraag is dan of iemand het dan zelf kan leren. Zo iemand als Volkert van der
G. was geen lid van een schietvereniging. Paffen: "Wie niet dom is, kan veel
zelf leren. En iemand die in militaire dienst is geweest, kan ook al heel
wat. Maar de verfijning leer je alleen onder begeleiding." Die avond
gebeurt dat waar de schietinstructeur me voor had gewaarschuwd. Weer word ik
beschoten. Weer valt de verdachte dood op het asfalt. In de nacht na de
nachtmerrie in spelvorm.

|
|
|
|